Je ziet me wel maar ik ben er niet

Je ziet me wel maar ik ben er niet…

Herken je dat? Er soms er fysiek wel zijn, maar mentaal niet? Licht brandt maar niemand thuis?

Als copingstijl (manier waarop je met dingen omgaat) kan er sprake zijn van dissociatie; het niet in contact zijn met jezelf. En hierdoor ook niet in contact staan met de wereld om je heen. Je ziel is even weg. De signalen die door jouw eigen lichaam worden afgegeven (honger, slaap, koud) komen niet binnen. De signalen uit de omgeving ook niet. Wel beeld, geen geluid.

In zo’n gedissocieerde toestand hoef je ook even niet te voelen. Niet te realiseren dat je je gestresst, eenzaam of verdrietig voelt. Of heel erg boos op iets of iemand, maar je eigenlijk niet durven uiten. Omdat het soms fijner of gemakkelijker is om ervan weg te gaan dan om geconfronteerd te worden met jezelf. En dan kan het maar zo zijn dat je deze staat gaat opzoeken door jezelf af te leiden. Werk, smartphone, een drankje, een pak koeken, binge netflixen. Alles om maar niet aanwezig te hoeven zijn in dat lichaam dat je confronteert met alles wat je ingewikkeld vindt.

Dat lichaam spreekt namelijk de taal van de ziel. En jokt niet. Daarom is het ook vaak zo spannend. Omdat die waarheid zo confronterend is. Omdat het je een gevoel van onmacht kan geven. Dus dan maar liever weg.

Toen ik klein was, was Kinderen voor Kinderen helemaal hip. En ze hadden een liedje dat mij toen heel erg aansprak. Ik weet niet meer hoe het heet, maar er kwam een zin in voor die aansluit bij dat ‘er even niet zijn’.

Ik wou dat ik een hoekje had, heel donker en met bomen, waar niemand wist waar of ik zat en niemand bij kon komen.

Dat wilde ik ook! En dat wil ik nog wel eens; naar een plek waar je onschuldig bent en geen beroep op je wordt gedaan. Dat iemand anders het werk doet.

Dus als jij jouw huis, jouw lichaam verlaat, naar welk hoekje ga je toe? Wat geeft jou veiligheid en welke functie heeft dit? Is het afleiding, geborgenheid, veiligheid of vul je een andere behoefte? Zoals in mijn voorbeeld; even geen verantwoordelijkheid hoeven nemen als tegenbeweging. Weer terug naar de kinderlijke onschuld.

Voel jij het wanneer je even weggaat? En als je je bewust bent, wat doe jij dan? Hoe kom jij terug in het hier en nu? In je lijf? Ook wanneer het een uitdaging is. Yoga, meditatie en ademhalingsoefeningen helpen om in je lijf in het hier en nu te zijn. Bewust wandelen in de natuur, knuffelen met je naasten of je huisdier ook.

Of je kunt een oefening doen om je ziel letterlijk terug te roepen in je lijf. Ga rustig ergens zitten of liggen. Sluit je ogen. Focus je je op je lichaam, scan je contact met de aarde van teen tot top. Word je bewust van je wervelkolom en de achterkant van je lichaam. Voel dat je daar voeding en steun ontvangt. En vraag dan in gedachten je ziel terug te keren. Heet jezelf welkom.

Wat je ook doet, probeer jezelf mild te benaderen. Luister naar dat wat je spannend vindt, kijk waar je voor wegloopt. Voor mij geldt dat ik natuurlijk wel weet dat ik het zelf moet doen, maar dat het van belang is om daar mijn grenzen in te stellen. En hierover te communiceren. En dat kan ik alleen wanneer ik luister en aanwezig ben. Helemaal. In mijn lijf.